Heemkundekring De Drijehornick - vroegere lezingen

park panorama

oude voordrachten:

seizoen 2016-2017

18 april 2017

BOLLE AKKERS IN HET BRABANTSE LANDSCHAP

Jan Timmers

De spreker is al veel jaren actief op het gebied van lokale en regionale geschiedenis, archeologie en historische geografie. Daarnaast publiceert hij regelmatig over Brabantse boerderijen, toponiemen en historische landschapselementen. Als cultuurhistoricus werkte hij voor Streekhuis De Peel en het Peelnetwerk en stelde hij lokale en regionale cultuurhistorische rapporten op. Hij was betrokken bij cursussen over het historisch landschap van Brabants Heem en de Brabantse Erfgoedacademie. Jan Timmers woont in Gemert en is redacteur van Gemerts Heem en van de Nieuwsbrief van Stichting de Brabantse Boerderij.

Ergens vóór 2000 voor Chr heeft de landbouw zijn intrede gedaan in onze regio. Voor het eerst werd er op vaste plaatsen gewoond en werd aardewerk geïntroduceerd. Het landschap veranderde door de aanleg van akkers. Aanvankelijk waren dat zogenaamde raatakkers of celtic fields, waarvan nu nog resten in het landschap zichtbaar zijn.

Bolle akkers toen

In de 13de eeuw treden grote veranderingen op. Plaatsen waar eerst gewoond werd, werden omgevormd tot grote akkers met daar omheen nieuwe dorpen. Veel akkers die vanaf de Middeleeuwen werden aangelegd, zijn nu nog steeds in gebruik. Ze vormen de basis van het landschap zoals we nu nog kennen. Oude akkers worden “bolle akkers” genoemd, omdat ze in de loop der eeuwen werden opgehoogd. Bemesting en grondverbetering speelden een belangrijke rol .  Er ontstonden steilranden en holle wegen. Houtwallen rondom de akkers moesten wild en loslopend vee tegenhouden en de gewassen beschermen. De intensieve bemesting was nodig maar kon misoogsten door hagel, onweer en andere natuurrampen niet voorkomen. Er kwamen hagelkruizen en offerstokken en rituelen uit het (volks)geloof moesten helpen bij de bescherming van de oogst. Veel metaalvondsten op akkers getuigen daar nog van.

Bolle akkers nu


Waar lagen die akkers en hoe zagen ze er uit? Wat is daar nu nog van over en welke restanten komen we tegen van de religieuze rituelen die zich op akkers afspeelden? Dit zijn de onderwerpen van de lezing, verteld aan de hand van akkers in Peelland.


21 maart 2017,

DE ARCHEOLOGIE VAN DE BRABANTSE AKKERS

Johan Verspay

Johan studeerde in 2007 of aan de Universiteit van Amsterdam op zijn onderzoek naar het Brabantse platteland in de Late Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd. Deze studie zet hij nu voort met een promotieonderzoek aan de Universiteit van West-Bohemen (CZ). Als onderzoekmedewerker van de UvA was hij recentelijk betrokken bij het Oogst voor Malta onderzoek naar dorpsvorming in de Middeleeuwen. In het verlengde van deze thema's werkt Johan daarnaast als freelance onderzoeker mee aan verschillende opgravingen vanuit zijn onderneming Creative Archaeology..

Het Brabantse akkerland is regelmatig het toneel geweest van archeologisch onderzoek en inmiddels zijn hiervan grote arealen onderzocht. De aandacht ging daarbij vooral uit de grondsporen van verdwenen nederzettingen en grafvelden die hieronder schuil gingen. Het akkerland zelf kon op aanmerkelijk minder belangstelling rekenen. Dit was per slot van rekening 'verstoord' en de archeologische resten erin van geringe informatiewaarde. Dit idee hing, bewust of onbewust, samen met een interesse in hoofdzakelijk de oudere perioden (grofweg alles voor circa 1250 na Chr.) en is al die tijd blijven hangen: archeologie, die bevindt zich ónder de akkers.

Nu er in toenemende mate ook belangstelling is voor de jongere perioden worden we er ons van bewust dat we behalve die sporen van huizen en erven nóg een archeologische bron hebben: het agrarisch cultuurlandschap zelf. Een landschap is echter een heel ander soort vindplaats dan een nederzetting of een grafveld en het onderzoek hiervan vergt dan ook een geheel eigen aanpak. Al gauw blijkt het landschap dan echter een ware schatkamer te zijn aan informatie. Behalve dat het inzicht verschaft over de manier waarop de Brabantse boeren landbouw bedreven en de strategische keuzes die ze daarbij maakten, werden ook aanwijzingen gevonden over de manier waarop zijn hun werk organiseerden. Daarnaast is te zien hoe het landschap in de loop van de tijd ingrijpend veranderde. Terwijl grote delen ervan werden in cultuur gebracht is te zien hoe ideeën over het bezit en gebruik van de grond veranderde.

In deze lezing duiken we in het landschap en ontdekken we welke mogelijkheden archeologisch onderzoek hiervan zoal biedt om zicht te krijgen op Brabantse plattelandsgemeenschappen in de Middeleeuwen en Nieuwe tijd.

21 februari

DE PROCECSSIE VAN VALKENSWAARD NAAR HANDEL
filmvoorstelling na de ALV (besloten)

17 januari 2017

BRABANTSE KONINKLIJKE NEGENTIENDE  EEUW
door Hans van den Eeden

Hans van den Eeden (Breda, Ginneken 1947) is onderzoeksjournalist/schrijveren woont in Heusden-vesting. Hij begon zijn schrijfcarriere bij het Weekblad De Groene Amsterdammer. Van den Eeden schrijft in verschillende magazines en tijdschriften over onder andere cultuurhistorie. Tevens schrijft hij voor het Brabants Dagblad. Hij heeft verschillende boeken over cultuurhistorie op zijn naam staan. Zijn boek Leve de Koning, Lodewijk Napoleon op reis door Brabant en Zeeland oogst veel waardering Over dit onderwerp heeeft hij enige jaren geleden een lezing gegeven voor De Drijehornick.
De spreker was betrokken bij de televisieserie De IJzeren Eeuw van de VPRO (2015). Ook werkte hij mee aan de serie De Canon van Brabant die Frank Lammers in 2015 voor Omroep Brabant en Erfgoed Brabant maakte. Hij werkt thans aan publicaties over Lodewijkskerkjes.


Bij deze lezing staan het negentiende eeuwse Koninkrijk Nederland en met name haar oranjevorsten in het middelpunt. Aan het begin van de lezing neemt onderzoeksjournalist Hans van den Eeden de toehoorders mee naar Brabant in het begin van de negentiende eeuw. Nederland kwam door de technologische ontwikkeling en de overgang van agrarische naar industriële samenleving op stoom. Ook wordt nader ingegaan op de rol van Koning Lodewijk Napoleon als “zetbaas” van de Fransen. De lezing staat met name in het teken van de “regeerperiode” van de vorsten in relatie tot het “nieuwe Brabant”. Aan de orde komen: wat was de invloed van het koningschap van Willem I (1813-1840), Willem II (1840-1849) en Willem III (1849-1890) op maatschappelijke ontwikkelingen? Tijdens de lezing wordt nader ingegaan op de oorzaak, verloop en nasleep van de Tiendaagse veldtocht en de afscheiding met België. Ook staat Hans van den Eeden stil bij de positie van Willem II als “Brabantse vorst”. Tevens wordt aandacht besteed aan Willem II als bi-seksueel en hoe chantabel hij daardoor was. Boeiend is het verhaal over de kunstverzameling van Willem II die na zijn dood noodgedwongen geveild moest worden.





EEN CRMININELE LEZING

Door Simon van Wetten.
Simon van Wetten komt uit Gemert, is historicus, geschiedenisleraar en schooleider. Hij is actief als archiefmedewerker, gids, publicist en filmer.
Hij is is afgestudeerd in Nijmegen op 'Rechtspraak in de Franse tijd'.


Niemand kan zijn lot ontlopen. Dat geldt voor u en mij, de moderne mens, en dat was in de periode 1500-1800 niet anders. Dat wil niet zeggen dat in die drie eeuwen er niemand was die het lot tartte. Integendeel. En dat lot tarten, dat levert in het geval van het gemeentearchief Gemert-Bakel ongeveer 10.000 dossiers in het crimineel- en civielrechtelijk archief op. In die duizenden processtukken treffen we ongeveer 40.000 mensen aan die het lot wél durfden tarten en uiteindelijk aan het kortste eind trokken.
Niet zelden nam dat kortste eind de vorm aan van een gestropt touw, bungelend aan een galg.
Het rechterlijk archief biedt een verrassende, soms ook onthutsende en niettemin kostelijke inkijk in het leven van alle dag in een willekeurig Brabants dorp. Want al is in dit geval het Gemerts rechterlijk archief de bron, de gebeurtenissen die uit de oude dossiers opwellen zijn typerend voor het Brabantse plattelandsleven anno toen en laten ons kennis maken met de normen en waarden, zeden en gewoonten in de dorpse samenleving van destijds.

Ik neem u mee naar de harde tijden van weleer, bespreek de activiteiten van een notoire paardendief in diens persoonlijk Rampjaar 1672, bekijk met u de bedelbrieven van rondzwervende invaliden, laat u kennis maken met Thijs met-den-crommen-mond,
ik kom met een vervelende onthulling, bied u wat schokkende scènes uit een huwelijk, laat nu eens de dief de gelegenheid creëren, loop met u een verliefde wolf in schaapskleren tegen het lijf, steun de kerk door de pastoor te beledigen, zie samen met u de criminele gevolgen van een pestepidemie onder ogen, we dobbelen tegen elkaar om een varken, en doorlopen op die wijze nog tientallen andere dossiers.
Een prachtige bron, ook voor genealogen, en een weliswaar criminele maar tegelijkertijd ook sfeervolle lezing waarbij het publiek wordt uitgenodigd mee te doen!

lezing 18 oktober 2016

WAT STAAT ER EIGENLIJK   Lezing over paleografie (Oud schrift)

door Astrid de Beer

Astrid de Beer studeerde Geschiedenis en Taal- en Cultuurwetenschap aan de Universiteit van Utrecht. Momenteel werkt zij als projectleider Cultuurhistorisch Onderzoek bij Regionaal Archief Tilburg, waar zij o.a cursussen Oud schrift geeft.


Het lezen van (eeuwen)oude documenten zoals schepenbankregisters, oorkonden en doop-, trouw- en begraafboeken brengt specifieke uitdagingen met zich mee. Ten eerste zijn ze geschreven in het Frans, Latijn of het Middelnederlands, ten tweede wijkt het handschrift nogal af van de moderne manier van schrijven.
Men maakte toentertijd ook veel gebruik van allerlei soorten afkortingen (zoals suspensie en contractie) en tekens, wat de leesbaarheid ook niet ten goede komt.
Maar…in oude processtukken, boedelinventarissen en oorkonden is veel interessante informatie te vinden: Ze bevatten niet alleen belangrijke gegevens over de middeleeuwse en vroegmoderne geschiedenis van een plaats, maar ook een schat aan genealogische informatie, toponiemen, inzicht in rechtshandelingen, grondbezit, erfpacht etc.
Hieronder staan een aantal links en referenties die Astrid noemde:

In de katholieke doop,trouw-en begraafregisters kom je steeeds weer Latijnse woorden tegen. Hier een oefening om ze te leren lezen. Voor de betekenis van de woorden kijk op:
www.bhic.nl/onderzoeken/hulp-bij-onderzoek/genealogisch-woordenboek

www.watstaatdaer.nl
Transcript( gratis te downloaden transcriptieprogramma): http://www.jacobboerema.nl/Transcript/Freeware.htm

W. Bogtman, het Nederlandsche handschrift in 1600 (ook digitaal in te zien via www.watstaatdaer.nl )

P. van den Berk, Latijn bij genealogisch onderzoek (uitgave Centraal Bureau voor Genealogie: www.cbg.nl )

Practisyns woordenboekje; termen uit ambtelijke en rechterlijke stukken (uitgave CBG)

R. Wols, Annemiek van der Veen, Lezen in Brabantse bronnen
Grotefend, Taschenbuch der Zeitrechnung des Deutschen Mittelalters und der Neuzeit


seizoen 2015-2016

lezing 21 april 2016

JEROEN BOSCH, DAAR ZIT MUZIEK IN

door Ben Hartman:

Mijn interesse in het werk van Jeroen Bosch ontstond al in mijn middelbareschooltijd in Boxtel, ik fietste elke dag vanuit mijn woonplaats Schijndel naar het Jacob Roelandscollege, nu lyceum. In 1968 haalde ik daar mijn HBS-B diploma en een jaar daarvoor, in 1967, gingen wij met onze klas en als begeleider de sympathieke tekenleraar Louis Notenboom, naar de grote Bosch-tentoonstelling in ’s-Hertogenbosch, in het Noord-Brabantsmuseum in de Bethaniestraat. Deze tentoonstelling duurde van 17 september tot en met 15 november. De Den Bosch-tentoonstelling maakte veel indruk Alle werken werden minutieus bekeken en hij raaktte erg onder de indruk. Later raakte hij geïnteresseerd in volksmuziek en de instrumenten die daarbij een rol speelden. Bij Jeroen Bosch raakten deze twee hobby’s elkaar, want Bosch heeft veel muzikanten afgebeeld.

Samenvatting:

Op de schilderijen van Jheronimus (Jeroen) Bosch staat vaak een doedelzakspeler afgebeeld. Maar hoe kende de Bossche middeleeuwse schilder dit muziekinstrument?? Die vraag zette Ben Hartman uit Schijndel aan tot een uitgebreide studie. Het voorlopige resultaat wordt gepresenteerd in deze lezing. Er worden prachtige afbeeldingen getoond van de doedelzak zoals die vanaf de dertiende eeuw wordt afgebeeld, voornameijk in middeleeuwse mansucripten. Daarna gaat hij uitgebreid in op de doedelzakken die Jeroen Bosch en zijn navolgers schilderden. De spreker laat ook afbeeldingen zien van het onderzoeksteam dat alle werken van Bosch analyseert. De leden van dit tam, het zogenaamde ‘Bosch Resarch and Conservation Project’ reisden langs alle musea waar echte Bosch-werken hangen. In oktober 2013 streek dit team neer in het Noordbrabants Museum waar Harman hen volgde. De lezing is zeer interactief en informeel en bovendien interessant voor liefhebber van de Bossche historie en zij die geïnteresseerd zijn in het werk en leven van Jheronimus Bosch en/of middeleeuwse mansuscripten.



lezing 17 maart 2016

LEVEND HEIDENDOM IN EEN CHRISTELIJK EUROPA

door Ton Spamer

Ton Spamer studeerde geschiedenis in Utrecht en doceerde dit vak aan het Peelland-College te Deurne. Hij recenseert voor de Nederlandse openbare bibliotheken, geeft cursussen en lezingen over geschiedenis en kunst en publiceerde o.a. over het Deurnese verleden en in Duitsland over het laatmiddeleeuwse kleinstedelijk patriciaat. Hij is oprichter/redacteur van ?Durninum?, fonds voor cultuurhistorische publicaties over Deurne.

Samenvatting:
Heel Europa is overdekt met kerken, kloosters, kapellen, wegkapelletjes en -kruisen, kruiswegstaties en beelden. Overal in Europa kun je paters en nonnen zien rondlopen. Overal kun je kerkklokken horen luiden. Allerlei organisaties hebben of hadden tot voor kort het woord 'christelijk' of 'katholiek' voor hun naam staan. Heel Europa lijkt door en door christelijk. Bij nadere beschouwing blijken zich echter in en bij kerken en kloosters vreemde dingen te bevinden: een Jezuskind met een baard, een gestorven Christus met vrouwenborsten, beelden van een intieme verhouding tussen Jezus en Maria Magdalena, heidense dansen rond heidense overblijfselen voor de kerkdeur, en nog veel meer. De gekruisigde Christus wordt nog heel lang omgeven door heidense symbolen. Katten en paarden werden gebruikt voor het afweren van onheil. Labyrinten in kerkgebouwen blijken de opvolgers van rituele vóórchristelijke danspatronen. De H. Anna bestaat niet en was een gekerstende heidense moedergodin. Christelijke gebruiken zijn doordrenkt met magie. Hoe christelijk was Europa eigenlijk? Aan de hand van schitterende beelden gaat U op reis door 6000 jaar magie en mysterie in Brabant en ver daarbuiten.


lezing 21 januari 2016

DE MOOISTE KERKEN VAN NOORD-BRABANT
De onzekere toekomst van een erfenis

door Wies van Leeuwen

Wies van Leeuwen (1950) is architectuurhistoricus en cultuurhistorisch onderzoeker. Zijn studie kunstgeschiedenis volgde hij aan de universiteit van Nijmegen. De archi­tec­tuur­theorie van de negentien­de eeuw, de kerkelijke bouwkunst en de restauratieopvattingen in de monumentenzorg houden hem in het bijzonder bezig. Tussen 1979 en 2015 was hij beleidsmedewerker cultuurhistorie en monumenten bij de provincie Noord-Brabant. In 1995 promoveerde hij op De maakbaarheid van het verleden. P.J.H. Cuypers als restauratie­architect. In 2007 verscheen Pierre Cuypers architect 1827-1921. In 2012 verscheen De 100 mooiste kerken van Noord-Brabant. In 2015 verscheen Pierre Cuypers. Momenteel werkt hij met anderen aan een boek over de architect Jan Stuyt.

Noord-Brabant bezit vele honderden waardevolle kerken. Nog steeds zijn ze het middelpunt van onze steden en dorpen. Vaak echte musea, vol boeiende beelden, schilderingen en meubels die vertellen over de geschiedenis van onze leefomgeving. Vele kerken worden door teruglopend kerkbezoek bedreigd met sluiting.
Tijd om de balans op te maken. De lezing naar aanleiding van het boek De honderd mooiste kerken van Noord-Brabant geeft een beeld van de oudste en de jongste kerken, van romaans via gotiek, barok en neostijlen tot de Bossche School. Van gebouwen die nog in gebruik zijn als kerk tot herbestemde kerken. Een wereld aan christelijk geïnspireerde kunst, een onmisbaar hoofdstuk uit onze geschiedenis. Van de oudste romaanse toren, via een ?heidens? kerkje naar alleenstaande middeleeuwse dorpstorens. Van offerblokken voor de armen, barokke schilderijen en het mooiste orgel van Europa. Van gotiek en neogotiek.
Aan het einde van de lezing wordt de problematiek  van leegstand en behoud geschetst en een onzeker perspectief voor de toekomst.


lezing 19 november 2015


BIDPRENTJES DOOR DE EEUWEN HEEN

Jos Deckers ism Martin van Riet
 
In de lezing van heemkundekring De Drijehornick op 19 november worden bidprentjes door de eeuwen heen belicht. De lezing zal worden verzorgd door Jos Deckers, emeritus pastoraal werker. Hij zal enkele lijnen aangeven in de ontwikkelingen rond de prentjes en het omgaan met de dood.
Sinds de late Middeleeuwen bestaat het gebruik om na het overlijden van een dierbare een bidprentje uit te geven. Aanvankelijk alleen bij families die zich drukwerk konden veroorloven. Vanaf het einde van de 19e eeuw werd het in het zuiden van ons land een algemeen gebruik. De teksten op deze prentjes weerspiegelen de ontwikkelingen in het omgaan met de dood in samenleving en cultuur. Ook veranderingen in het denken over een leven na de dood en in het geloof in het algemeen vinden hun weerklank in deze prentjes die tegenwoordig geen bidprentje meer worden genoemd maar gedachtenisprentje. Tijdens de lezing wordt een selectie getoond uit de verzameling bidprentjes van Martin van Riet, aangevuld met foto?s van andere prentjes.

In de pauze van de lezing is er gelegenheid om het boekje De Cirkel Rond van Sjef Neijts aan te schaffen. Dit boekje werd onlangs door heemkundekring De Drijehornick uitgegeven en vertelt het verhaal van een oud-Nuenenaar die in de Tweede Wereldoorlog na gedwongen werk in Duitsland vrijwillig in Amerikaanse krijgsdienst ging.

lezing 15 oktober 2015

HISTORISCHE FILMS

vertoond door Phocas Kroon
Phocas Kroon (geboren in 1944 in Eindhoven) is tot 2001 werkzaam geweest als business manager bij Nolte (later Stork) en Triple P in de industriële markt.
Tijdens zijn middelbare schoolperiode maakte hij radioprogramma?s voor AVRO Minjon en was betrokken bij de oprichting van de Eindhovense Verplegings Omroep.
In 1974 begon hij te filmen op super 8 film en later op digitale video. Hij maakt voornamelijk reportages en documentaires maar ook af en toe korte speelfilms en muziekfilms. Veel van zijn werk is vertoond op de Nationale NOVA manifestatie, waar amateurfilms draaien die in de districts-wedstrijden van de jury een certificaat hiervoor hebben ontvangen.


De getoonde films:

De Lamp     10?40?

Een gespeelde reportage van de productie van de eerste gloeilampen bij Philips in 1891.
De film is opgenomen in het gebouw waar Philips in Eindhoven is begonnen. (nu museum)
We zien jonge meisjes in de kleding en met het kapsel van die tijd de kooldraden maken, de lampen samenstellen, testen en verpakken. Twee meisjes van de instrumentmakersschool uit Leiden verzorgen het glasblazen. Een van de meisjes vertelt het verhaal.


De historie van de Eindhovense industrie 1800-1950    25?

Deze film is gebaseerd op afbeeldingen en briefhoofden uit de periode 1800-1924, maar vooral ook op uniek filmmateriaal opgenomen in de Eindhovense fabrieken tussen 1924 en 1950. Samen met de toelichting geeft dit in 25 minuten een beeld van de Eindhovense industrie die, al 90 jaar vóór Philips in Eindhoven begon, tot ontwikkeling was gekomen.
De nadruk ligt hierbij op de productieprocessen, in het begin vooral handmatig, later met behulp van voor die tijd ingenieuze machines. Zeer bijzonder zijn de opnamen van de bleekvelden van het textielbedijf  van Dissel uit 1935 en het blazen van de glazen lampballonnen in de Philips glasfabriek uit 1924.


De poppen aan het dansen    16?18? 

In de periode 1934-1939 maakte George Pal in Eindhoven reclamefilmpjes voor Philips op basis van poppenanimatie. In deze documentaire vertellen twee vroegere medewerkers van Pal hoe dit in zijn werk ging. Fragmenten uit de films laten zien waarom George Pal in de animatiewereld beschouwd wordt als de aartsvader van de poppenfilm met een ongekende creativiteit en muzikale ondersteuning. Hij was een van de eerste filmmakers die bioscoopfilmpjes maakte in kleur. Het principe van Technicolor komt daarom in deze film eveneens aan de orde.


seizoen 2014-2015

lezing 16 april 2015

NUENEN, TOEN en NU

door Arjaan den Haan,
met medewerking van:
Will van Buul en Martin van Riet,

leden van de onze fotowerkgroep


Martin van Riet is als geestelijke vader van deze presentatie
(en nog steeds lid van de Heemkundekring de Drijehornick) uitgenodigd om zijn ondersteuning aan deze presentatie te geven.
De bedoeling is uiteraard de bezoekers een aangename avond te bezorgen, maar ook wordt het op prijs gesteld uw toevoegingen en/of correcties te geven. Een en ander zal in een interactieve sfeer plaats vinden.


lezing 19 maart 2015

Aan de slag in de kadastrale archieven


door Maan Verheijen,
auteur van "Aan de slag in de kadastrale archieven" ,
een handleiding voor de particuliere onderzoeker."


Doet u graag historisch onderzoek? Dan bevatten de kadastrale archieven een schat aan waardevolle informatie. U vindt er bijvoorbeeld info over de bouwhistorie van panden, de eigendomshistorie van gronden en panden of de begrenzingen van percelen tussen 1832 en nu. Met behulp van de kadastrale archieven kunt u uw woonomgeving uit 1832 reconstrueren of onderzoek doen naar plaatselijke aanduidingen (toponiemen).
De kadastrale archieven zijn grotendeels digitaal beschikbaar en te raadplegen in het Regionaal Historisch Centrum (voormalig rijksarchief) in uw provincie.
Maan Verheijen vertelt hierover. Zijn presentatie laat zien welke soort archiefgegevens beschikbaar zijn. Door middel van een directe verbinding met de kadaster archiefviewer toont hij hoe u zelf een historisch onderzoek in de kadastrale archieven kunt uitvoeren.

ALV 26 februari
Na de pauze een voordracht:

Kanunniken en Kapittels in de Meijerij

door Jos Deckers
Jos Deckers is pastoraal werker te Nuenen en schrijver van het boekje Kapittels en kanunniken in de Meijerij (Boxtel 1998) dat hoorde bij een gelijknamige tentoonstelling die in 1998 in Boxtel, Eindhoven, Oirschot en St. Oedenrode werd gehouden.

In deze voordracht neem ik u mee naar een vergeten stuk kerkgeschiedenis waarvan de invloed nog steeds merkbaar is. Waarom hebben dorpen als Hilvarenbeek, Boxtel en Oirschot zulke grote kerken die in een stad niet zouden misstaan? Hoe komt het dat Nuenen en Gerwen de H. Clemens van Rome als patroonheilige hebben, terwijl die in de rest van het bisdom nagenoeg onbekend is? Wat is de betekenis van de naam vrijthof voor belangrijke pleinen zoals in Maastricht? Die vragen zijn alleen te beantwoorden als we ons verdiepen in de geschiedenis van kanunniken en kapittels. Ook de herontdekking van de Leidse Koorboeken ? die in de afgelopen jaren op cd verschenen zijn en lovende recensies kregen ?  kan men pas goed waarderen tegen die achtergrond. In ons land zijn de kapittels opgeheven met de Vrede van Munster (1648); in andere landen ten tijde van Napoleon. Maar hun invloed is nog altijd merkbaar.


lezing 15 januari  2015
Gezin XXL, Het grote gezin in Nederland
door Ad Rooms

Sinds eind 1995 schrijft Ad Rooms over het rijke roomse leven. Het plan was daarover een serie van vijf verhalen te maken, maar er kwamen zoveel enthousiaste reacties van lezers dat het er al snel tien werden. Stoppen was niet meer mogelijk en nog altijd staat de rubriek wekelijks in BN/DeStem. Er zijn intussen meer dan zeshonderd afleveringen gemaakt en nog steeds blijven de reacties binnen stromen.
Ad Rooms was aanvankelijk geen deskundige op het gebied van het katholieke geloof uit die tijden van weleer, maar de afgelopen jaren is hij wel een kenner geworden van alles wat met het rijke roomse leven te maken heeft
.

Tegenwoordig is het gemiddelde aantal kinderen per Nederlands gezin ongeveer 1,7. Als mensen vier of vijf kinderen hebben, noemen we dat al een groot gezin. Maar vroeger was dat wel anders; huishoudens met acht kinderen of meer waren geen uitzondering. Er kwamen zelfs families voor waar het kinderaantal de twintig passeerde. Maar hoe ging het er nu aan toe in zo'n kinderrijk gezin? Hoe hielden de ouders het huishouden gaande, en hoe beleefden de kinderen hun jeugd?

Dit boek geeft een indruk van het leven in een kinderrijk gezin, aan de hand van verhalen van ervaringsdeskundigen - waaronder enkele bekende Nederlanders. Wat herinneren mensen zich aan het opgroeien met zovele broers en zussen? Hoe kregen vader en moeder bijvoorbeeld voor zoveel mensen eten op tafel, en waar sliep iedereen? Verder schetst Gezin XXL ook een beeld van de huidige situatie en werpt een blik op de toekomst; want grote gezinnen bestaan ook nu nog.



lezing 20 november 2014
De start van de korte twintigste eeuw
door Frank van den Heuvel

Frank van den Heuvel, oud-Nuenenaar, is werkzaam als directeur Public Affairs TNO Leiden en bestudeert in zijn vrije tijd de effecten van de eerste wereldoorlog op onze huidige maatschappij.

Twee weken geleden was weer de herdenking van de wapenstilstand van de Eerste Wereldoorlog. In Engeland, België en Frankrijk wordt dit groots herdacht op 11 november. Dit jaar stonden er 888.246 klaprozen in Londen; voor iedere gesneuvelde Brit een bloem. En dan worden ook weer de vergelijkingen getrokken tussen toen en nu: de wereld in verwarring, maar ook grote verschillen.
De meest interessante vergelijking betreft de rol en de positie van Duitsland. Terug in de periode onder Wilhelm I, keizer in Duitsland, zien we dat toen, rond 1887, Duitsland een netwerk van allianties had gebouwd. Bismarck, een soort kanselier toen, was de architect van deze geopolitiek. Hij was de echte stuurman in die tijd. Duitsland had een alliantie met Oostenrijk-Hongarije en met Italië. En een stevige defensie-alliantie met Rusland, waardoor een beruchte twee-frontenoorlog werd uitgesloten.
Daarnaast was er de Mediterrane overeenkomst tussen Groot-Brittannië, Oostenrijk en Italië. Daarbij komt dat de Britten en Frankrijk elkaar in Afrika naar het leven stonden.
Verdeel en heers. De plus voor Duitsland: niemand zou de wapens opnemen tegen het land, want dan was men met een groot deel van Europa in oorlog. De jonge keizer Wilhelm II stuurde Bismarck al snel weg en liet zich op sleeptouw nemen door de generaals. Een cruciale fout. Vervolgens werd het verbond met Rusland ontbonden, waarna de Britten en de Fransen snel de Entente met de Russen sloten.
De Fransen maakten direct gebruik van de gelegenheid en financierden de Russen om zich te moderniseren. Bismarcks werk was weg en Duitsland kwetsbaar. De oorlog brak uit en Duitsland had al snel een oost- en een west-front. Beide kostten miljoenen levens. Niemand wilde meer vrienden zijn met Duitsland; enkel Oostenrijk-Hongarije en het zieltogende Ottomaanse rijk.

De situatie van vandaag: Merkel is de hedendaagse Bismarck. Duitsland is de spil van de EU en wat Duitsland bereikt heeft is nog beter dan het ooit onder Bismarck was. Nu wil iedereen juist vrienden zijn met Duitsland. Zelfs Rusland. En dan is het de verdienste van Duitsland dat het dat bereikt heeft. Het geeft ook de zwakte van Frankrijk en Engeland aan. En Nederland? Wij waren 100 jaar geleden neutraal om hele ordinaire redenen: handel en koloniën. Wanneer we met Engeland/ Frankrijk zouden meevechten, zou de lucratieve handel met Duitsland wegvallen en door aansluiting bij Duitsland zou Engeland ons Indië kunnen inpikken. En ook wij zijn nu openlijk voor Duitsland. Zelfs Bayern München en de Duitse Mannschaft zijn populair. Maar goed we hebben nu ook geen Indië meer en Engeland heeft al genoeg moeite om Schotland binnenboord te houden. De wereld is echt heel anders dan in 1914.


lezing 16 oktober 2014

Nico Arts over:

De middeleeuwen in het zuidoosten van Noord-Brabant: landschap, archeologie en geschiedenis.

Nico Arts is stadsarcheoloog van Eindhoven. Hij is schrijver van tarlrijke boeken over archeologie en heeft onderzoek gedaan naar de middeleeuwse relatie tussen stad en platteland van Eindhoven en omgeving, dat in 2015 zal worden gepubliceerd.

Ons huidige landschap dateert uit de late middeleeuwen. Omstreeks het jaar 1200 is er sprake van de grote middeleeuwse overgang. Het klimaat is dan gunstig, er zijn nog geen oorlogen, de pest is nog ver weg, er worden nieuwe steden gesticht en ook de dorpen krijgen vorm. Ook ontstaan er elites die zich vestigen in voorname huizen zoals kastelen en kloosters. Een groot deel van de dertiende eeuw kan worden gekenmerkt als de eerste gouden eeuw van onze regio.
Hoe weten we dit? Zowel archeologisch, landschappelijk en historisch onderzoek heeft de afgelopen twee decennia onvoorstelbaar veel nieuwe informatie opgeleverd. Deze gegevens kunnen worden gekoppeld aan wereldwijde veranderingen in het klimaat. Met name de archeologie heeft veel nieuw inzicht gegeven in de ontwikkeling van middeleeuwse nederzettingen en huishoudens. Het functioneren van onze regio werd mede bepaald onder invloed van de grote stad 's-Hertogenbosch in het noorden, destijds op een afstand van slechts één dag lopen. Maar er waren ook verbindingen met andere streken, zelfs van ver weg zoals het huidige Frankrijk en Italie. Archeologische voorwerpen zoals munten en pelgrimsinsignes zijn daarvan bewijzen.
Tijdens de lezing zal aan de hand van beeldmateriaal een verhaal worden verteld van de middeleeuwse oorsprong van onze samenleving.

seizoen 2013-2014

lezing 10 april 2014

Leendert Kaptein over de geschiedenis van de Maatschappij van Welstand:

Ruim twee eeuwen diasporagemeenten in Brabant en de ondersteunende rol van de Maatschappij van Welstand ( sinds 1822) daarin.

Leendert Kaptein ( 1932)  werkte na zijn studie 10 jaar bij het min. van Landbouw. Van 1965 tot aan zijn pensioen in 1997 diende hij als rentmeester  de Maatschappij van Welstand. Na zijn pensioen verleende hij nog 10 jaar diensten aan de juist opgerichte Federatie Particulier Grondbezit.

Het was een zeer roerige tijd, de tweede heft van de 18e eeuw. De bestorming van de Bastille in Parijs, de beweging van de Patriotten in Nederland. Het luidde het einde  van het stadhouders tijdperk in. Ook het einde van de positie van de Protestantse Kerk als heersende staatskerk na de Reformatie ingesteld in de Staten van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Daarbij nam in die periode Brabant een afwijkende plaats in als Generaliteitsland bestuurd vanuit ?Den Haag? . Op grond van de Staatsregeling van 1798 moesten de protestanten hun kerken , vooral in Brabant het grootste deel van de kerkgebouwen weer teruggeven aan de Rooms-katholieken, waardoor de Protestanten dakloos werden. Ook verloren de protestanten in Brabant hun dominerende maatschappelijke positie. Overheidsambten stonden voortaan ook open voor rooms-katholieken. Velen verarmden en verhuisden noodgedwongen naar het protestantse noorden van het koninkrijk. Het had tot gevolg dat tal van protestantse gemeenschappen op het platteland van Brabant verdwenen of kleiner werden. Jaren later konden door  vele protestantse gemeenten een nieuw klein kerkgebouw in gebruik worden genomen als zogenaamd Lodewijks-kerkje  of Waterstaats-kerkje.

Het bleef een zeer moeizaam bestaan voor de protestantse gemeenten in Brabant. Ook voor de protestantse gemeente Hilvarenbeek, waar Jacob van Heusden predikant was. Jacob van Heusden richtte samen met gelijkgestemden, ondermeer dominee Vincent van Gogh, de grootvader, in 1822 de Maatschappij van Welstand op ter ondersteuning van de kleine protestantse kerkgemeenschappen in Brabant en het Land van Maas en Waal. Met de oprichting van de Maatschappij van Welstand heeft van Heusden en zijn kompanen getracht het tij nog enigszins te keren. De activiteiten van Welstand in deze twee eeuwen komen aan bod.

Lezing 20 maart 2014

AANLEG VAN HET WILHELMINAKANAAL  (1910-1923)
door Jos Bekx

Jos Bekx is een geboren en getogen Lieshoutenaar, waar hij in het Achterbosch ruim 60 jaar de activiteiten in en langs het kanaal volgde. Na 35 jaar boeren besteedde hij zijn vrije tijd aan het onderzoek naar de geschiedenis van het Wilhelminakanaal.Het was een 8 jaar durend onderzoek in diverse archieven, zoeken in oude kranten, naar foto?s, illustraties, enz. Het verzamelde materiaal, inclusief zijn herinneringen, werd in een 250 pagina?s en 280 foto?s tellend full color boek samengevat en op 1 juni 2013 uitgebracht.

De lezing bestaat uit een PowerPoint presentatie over het Wilhelminakanaal dat gegraven is van 1910-1923.Voor het zover was ging er een 40-jarige papieren geschiedenis aan vooraf. De presentatie bevat vele zeldzame, bijna 100 jaar oude foto?s, tekeningen en andere documenten van de aanleg van het 64,3 km lange kanaal. Ingegaan zal worden op personen die zowel politiek als op papier de aanleg mogelijk maakten. De hoofdmoot bestaat echter uit het graven van kanaalpand V waaronder Laarbeek, Nuenen, Son en Breugel, Best en Oirschot hoorde.
Aan bod komen de aannemers, de machines en de werkwijze van diverse aannemers en de problemen die zij ondervonden. Heel bijzonder zijn de schematische voorstelling van vorderingen van het werk van enkele maanden tijdens de graafwerkzaamheden van het genoemde kanaalpand V. Voor Nuenen was het kanaal op het randje en ontwikkelde daarom ook geen activiteiten in die richting. Op de hoorzitting van 11 okt. 1909 in het gemeentehuis van Nuenen, waar iedereen zijn bezwaar(en) kon indienen, verscheen geen enkel persoon.
Een probleem zoals natuur en milieuschade bestond nog niet. Als voordeel zag men het ontwateren van duizenden ha. natte broekgronden door de komst van het kanaal.
Verder komen de poldermannen, de gravers van het kanaal en hun onderkomen overzichtelijk in beeld. Zij woonden in keten, sommigen met hun gezinnen, op diverse plaatsen langs het kanaal. Het waren sterke mannen die solidair waren onder elkaar en een hekel hadden aan alles wat boven hen stond. Zelf stonden ze onderaan de sociaal-maatschappelijke ladder en werden in de dorpen waar zij woonden met de nek aangekeken. Als gevolg van deze miskenning werd dan ook veelvuldig naar de fles gegrepen met als resultaat flinke knokpartijen in de plaatselijke drankgelegenheden.
Hoewel 85% van hen rooms katholiek was waarschuwde de pastoors zijn gelovigen voor deze mensen van ?logt allooi? die van heinde en verre kwamen.
Verder laat de presentatie beelden zien van de ongekende schoonheid van het kanaal. Het kanaal versterkt zelfs de omgeving waarin het ligt en doet geen afbreuk aan de vele landschapselementen die het doorsnijdt. Een overeenkomst met nu is dat dit overheidsproject in 1904 werd begroot op 7.5 miljoen gulden en dat uiteindelijk 28 miljoen heeft gekost.

Lezing 20 februari 2014

"Van domineeshuis to Van Goghhuis 1764-2014"

door Peter van Overbruggen en Jos Thielemans.

Jos Thielemans is in 1941 in Eindhoven geboren. Na zijn HBS-opleiding studeerde hij bouwkunde aan de HTS in Tilburg, waarna hij daar de architectenopleiding volgde aan de Academie voor Bouwkunst. In 1964 werd hij medewerker van een architectenbureau in Nuenen. Later kwam hij als architect-projectleider in dienst van de Gemeente Eindhoven. Hij schreef diverse boeken, o.a. over Nederwetten ('Van Hooidonk tot Soeterbeek' en 'Het Sint Anna Gilde') en Gerwen ('Bij ons in het Dorp' en '50 jaar Veulenkeuring').

Peter van Overbruggen is in 1947 in Nuenen geboren. Na zijn gymnasiumopleiding studeerde hij theologie en Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Nijmegen. In 1973 begon hij als neerlandicus aan het Augustinianum te Eindhoven, waar hij vanaf 1985 conrector en later ook plaatsvervangend rector was. In 1998 stelde hij bij het honderdjarig bestaan van zijn school een herdenkingsboek samen. Hij is onder meer actief als schrijver en redacteur van literair-historische artikelen voor diverse tijdschriften.

In de pastorie aan de Berg in Nuenen hebben in haar 250-jarige geschiedenis niet alleen 20 predikanten met hun gezin gewoond, maar ook kunstenaars: Vincent van Gogh, Nico Eekman en Henri van der Waals. Ook dominee Ruud Bartlema is er als kunstenaar werkzaam geweest. Daarnaast werd de pastorie een tijdlang verhuurd aan ?burgerbewoners?. De geschiedenis van al deze mensen bracht het monumentale huis en de paradijselijke tuin tot leven.
Het pastorieboek, geschreven in opdracht van de Protestantse Gemeente Nuenen, behandelt uitvoerig de bouw- en restauratiegeschiedenis, maar het verhaal over de bewoners vormt de rode draad. De pastorie heeft als ?Van Goghhuis? wereldwijde bekendheid gekregen. De Nuenense periode van het gezin Van Gogh wordt in het boek belicht en geïllustreerd met afbeeldingen van schilderijen en met nog nooit gepubliceerde correspondentie van de Van Goghs. Ook de relatie van de dominees en hun protestantse gemeente tot de overwegend katholieke bevolking van Nuenen komt aan de orde. Het boek laat zien dat de onderlinge verhoudingen in tweeënhalve eeuw in positieve zin veranderd zijn. Kortom: een kleurrijke geschiedenis, boeiend voor iedereen die zich voor dit bijzondere huis interesseert.


Lezing 16 januari 2014

"Lieve Gijs, lieve ouders", uit de familiearchieven van de Brabantse adel

door Klaasje Douma.

Klaasje Douma studeerde in haar vrije tijd cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit en rondde deze studie  in 2002 af met de scriptie ?De bewoners van Kasteel Heeze: van 1796 tot 1901?. Sinds enkele jaren is zij als buitenpromovendus aan de Universiteit van Tilburg bezig met een promotieonderzoek naar de adel in Noord-Brabant in de 19de en 20ste eeuw.

De ?Lieve Gijs? uit de titel van de lezing is Gijsbert de Jonge van Zwijnsbergen, die als elfjarig jongentje bij een oom en tante Van Hardenbroek logeerde en daar een aantal brieven van zijn moeder Susanne van Hardenbroek ontving waarin zij informeerde naar zijn belevenissen en op haar beurt vertelde over de gebeurtenissen thuis. Zijn oudere broer Marinus de Jonge van Zwijnsbergen en diens echtgenote Reiniera van Hardenbroek werden op hun beurt als ?Dierbare Ouders? verrast met de geschreven nieuwjaarswensen van hun achtjarige kinderen Anna en Joan. De overgrootvader van Gijsbert en Marinus, François de Jonge en zijn vrouw Anna Martini ontvingen bij hun vijfentwintigjarig huwelijksfeest als ?Lieve Ouders? een zegenwens van hun kinderen.
Dit zijn een aantal voorbeelden van documenten die te vinden zijn in familiearchieven. Naast deze en andere egodocumenten waarin personen iets van zichzelf blootgeven, bevatten familiearchieven vaak ook overlijdensberichten en huwelijksaankondigingen, liederen en gedichten ter gelegenheid van een feestelijke gebeurtenis, aantekeningen en documenten in verband met zowel huwelijken als begrafenissen, maar ook recepten en huishoudelijke aantekeningen.
Tijdens de lezing gaan we grasduinen in een aantal familiearchieven en komen zo voorbeelden tegen van de hiervoor genoemde documenten. Met behulp van deze voorbeelden wil ik de levensstijl en dan vooral het familieleven schetsen van adellijke families in het Noord-Brabant van de negentiende eeuw. 

Do 19 nov Hugo Brouwer (1913-1986), een veelzijdig beeldend kunstenaar met flair
drs Peter Thoben

Honderd jaar gelden op 24 april 1913 is Hugo Brouwer in Den Haag geboren als zoon van Hugo Leonardus Willebrordus Brouwer (1882-1962) en Wilhelmina Bosmans (1885-1925). Zijn vader is een ambachtelijk-religieus beeldhouwer die aldaar opgeleid was op het beeldhouwatelier van Te Poel & Stoltefus. Nog voor de geboorte van het zesde kind wordt zijn moeder in Rosenburg, een tehuis voor krankzinnigen, opgenomen. Vier kinderen komen in een weeshuis terecht en voor Hugo Brouwer die artistiek talent heeft, wordt beslist dat hij naar de kweekschool gaat om onderwijzer te worden. Hij staat zeven jaar op een volksschool voor de klas, maar het bloed kruipt waar het niet kan gaan. Nadat hij de derde prijs bij de ontwerpwedstrijd van een affiche voor de Lumièrefeesten in 1937 heeft gewonnen, besluit hij zich geheel op de beeldende kunst toe te leggen. Hij raakt als illustrator betrokken bij het tijdschrift Lichtflitsen van de Bond zonder Naam van pater Henri de Greeve. Omdat het blad door de Eindhovense uitgeverij Het Poirtersfonds wordt uitgegeven, krijgt hij contact met de directeuren Peter en Louis Vrijdag van de Eindhovense drukkerij. Hugo Brouwer ontvangt een Koninklijke subsidie, studeert aan de academie in München en in de oorlog aan de Hochschule für Bildenden Künste in Berlijn. In Eindhoven leert hij zijn vrouw Wies (Aloysia Johanna Wilhelmina) Seijkens (1921-1972) ? door hem Julika genoemd ? kennen, met wie hij in april 1943 trouwt en uit welk huwelijk zes kinderen geboren zullen worden. Omdat zijn vrouw heimwee naar Brabant heeft en er meer werk voor een kunstenaar zal zijn, bouwt hij in het Broek te Nuenen een woonhuis waar hij tot 1980 zal wonen en werken. Door direct zijn werk op tentoonstellingen te tonen en door lid te worden van de in 1953 opgerichte Sociëteit Cultureel Contact speelt hij zich als kunstenaar in de kijker en telt hij mee. Hij krijgt monumentale opdrachten om glas-in-loodramen te ontwerpen voor de Sint-Catharinakerk in Eindhoven (1953-1961), de Lidwinakerk in Rotterdam-Hillegersberg (1956) en de Fatimakerk in Weert (1959-1960), waar hij in opdracht van Henri Smeets ook een groot mozaïek voor de apsis van het priesterkoor in 1965 uitvoert. Verder maakt hij beeldhouwwerk zoals portretsculpturen van H. Maria Goretti (1953) in Sint-Catharinakerk en Jan Konings (1955) in de voormalige collectie van Museum Kempenland, het keramisch reliëf Drukkerswereld voor drukkerij Vrijdag (1953), ingangomlijstingen voor de verpleegstersflat aan de Vestdijk te Eindhoven (1958), wandreliëfs voor de HBS te Breda (1960) en de Rabobank op de Fellenoord te Eindhoven (1966), (glas)tegeltableaus voor kunsthandel Pijnenborg of doktershuis aan de Gerard Bruningstraat te Eindhoven (1958). Hij schildert vele portretten met name kinderportretten en ontwerpt voor vele mensen gelegenheidsdrukwerk. Wanneer de kerkelijke en monumentale opdrachten in de jaren 1960 opdrogen beschildert hij enkele jaren keramische potten en schalen, heeft een tekenclub (met o.a. Leo Achterberg, Antoon van Bakel, Jan Kothuis en Steven Scheffer) en schildert het ene na het andere doek. In zijn werk laat hij zich inspireren door zeer uiteenlopende kunstenaars (van Picasso, Sluijters tot Appel en Lucebert), wat leidt tot een stilistisch enorm uiteenlopend oeuvre. Zelf zegt hij hierover dat de stijl tussen figuratief en abstract de tijdgeest reflecteert en derhalve onpersoonlijk is, terwijl de expressie in ieder werk juist wel heel persoonlijk is. In de naoorlogse periode zijn er in Eindhoven aanvankelijk buiten tekenleraren en reclameontwerpers maar weinig vrije beeldende kunstenaars actief, zodat Hugo Brouwer inderdaad als vrij kunstenaar een gat heeft kunnen opvullen. Aan de kunst in de regio heeft Hugo Brouwer derhalve een grote bijdrage geleverd mede door zijn geweldige productiviteit.

De spreker:
drs Peter Thoben (Nijmegen 1951)

Als kunst- en cultuurhistoricus heeft hij kunstgeschiedenis en archeologie gestudeerd aan de Katholieke Universiteit (nu Radboud Universiteit) Nijmegen, waar hij in 1980 cum laude is afgestudeerd. Van 1981 tot 2010 is hij directeur-conservator van Museum Kempenland Eindhoven. In eigen museum maar ook als gastconservator heeft hij talloze wisseltentoonstellingen georganiseerd, vele tentoonstellingscatalogi samengesteld en een reeks monografische publicaties over Brabantse kunstenaars geschreven. Hij is een gevraagd spreker voor lezingen, bij openingen van tentoonstellingen en fungeert als jurylid. Voorts was/is hij actief in diverse besturen en adviescommissies. In 2009 is hij benoemd tot geassocieerd buitenlands lid van de Koninklijke Academie voor Oudheidkunde van België te Brussel.

Do. 17 okt  Archeologische vondsten in Nuenen,
door Devon de Jong, lid van de Archeologische vereniging Kempen- en Peelland.

Archeologische vondsten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de kennis van de geschiedenis, zeker waar geschreven bronnen vaak tekort schieten, wat in dorpen met in het verre verleden een laaggeletterde bevolking vaak het geval is. Dit zal hij doen aan de hand van vondsten die in Nuenen zijn gedaan, onder andere bij zijn onderzoek op het terrein bij de oude toren op de Tomakker en bij de opgraving van een middeleeuwse waterput op het terrein van de Luistruik.


seizoen 2012-2013

18 april De Drijehornick in de toekomst
inleider: Arnoud-Jan Bijsterveld

Op donderdagavond 18 april 2013 hebben we een discussieavond onder leiding van Prof. Dr. Arnoud-Jan Bijsterveld.

We hebben de lezingenavond van 18 april a.s. een ander karakter gegeven dan gewoonlijk.
Het lijkt ons goed om ons eens te bezinnen op de doelstellingen  van de 'De Drijehornick' en hoe dit aansluit bij onze interesses. Enerzijds doen we veel historisch onderzoek en anderzijds proberen we de resultaten van ons onderzoek openbaar te maken. Bovendien onderzoeken we of de contacten met de gemeente kunnen worden verbeterd.
Wellicht zijn er meer of betere/andere manieren om ons werk, dat we maatschappelijk relevant vinden, te presenteren.

We hebben Anoud-Jan Bijsterveld uitgenodigd om met ons een discussie te voeren over deze en aanverwante onderwerpen.

Hij is hoogleraar aan de Universiteit Brabant in Tilburg met expertise in cultuur- en maatschappijgeschiedenis, in het bijzonder van Brabant, met nadruk op regionale geschiedenis, regionale identiteit, cultureel erfgoed en volkscultuur.

21 maart Bijgeloof in Brabant
spreker: Paul Spapens

Paul Spapens staat garant voor een plezierige lezing. Hij is voormalig dagbladjournalist en hij publiceerde tientallen boeken over immaterieel erfgoed (gebruiken, rituelen, voeding, kleding, taal, folklore etc). Als cultuuractivist zet hij zich in woord en daad in Nederland en in Europa in voor het immaterieel erfgoed.
Paul Spapens baseert zijn lezing deels op zijn boek 'Bijgeloof van alledag'. In dit succesvolle boek geeft hij voor elke dag van het jaar een voorbeeld van een bijgelovige praktijk. Zijn journalistieke achtergrond blijkt uit de keuze van de voorbeelden. Deze staan zeer dicht bij de belevingswereld van vandaag. Tijdens zijn lezing laat Paul Spapens zien dat bijgeloof nadrukkelijk een onderdeel is van het leven van de mensen van nu.
Talrijke bekende uitingen passeren de revue, zoals het afkloppen op (blank) hout, niet onder een ladder doorlopen, 'gezondheid wensen' als iemand niest en het fenomeen van het gelukbrengend hoefijzer. Tijdens de lezing worden op een deskundige manier achtergronden, herkomst en dergelijke beschreven. En getoond, want het interessante verhaal wordt ondersteund door talrijke mooie foto's.
Bijzonder aan deze lezing is dat hij 'interactief is. Voortdurend nodigt Paul Spapens de bezoekers uit om zelf met voorbeelden te komen van bijgelovige praktijken. Het onderwerp roept veel herkenning op. De lezing sluit aan bij een groeiende belangstelling voor het fenomeen van bijgeloof.

17 januari 2013 Van Lust, Spot en Zinnelijk Genot
spreker: Piet van Hees
 
Deze voordracht geeft een bloemlezing van de verschillende literaire genres uit de vroege en vooral de late middeleeuwen. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de literatuur uit het feodale tijdperk met de Maria-mirakelen, de hagiografieën, de lof- en klaagzangen en de literaire stromingen uit de late Middeleeuwen met de boerden en sproken, kortom met de schelmenverhalen. Onder invloed van het felle, kleurrijke leven van alle rangen en standen der Laat-Middeleeuwse bevolking, ontstonden de boerden en de sproken. De onverholen, zinnelijke levensvreugde van die tijd, deed een literaire stroming doorbreken, die geheel verschilt van de dichtkunst uit de feodale tijd, uit de vroege Middeleeuwen Bij vaganten,- minnestrelen en dichters klonk de ware natuur van de mens en zijn hang naar het zinnelijk genot door. Zij bezongen het huwelijk en verhaalden over de gevaren ervan. Ze dichtten over het overspel, met list en lust bedreven, over de geneugten van de seksualiteit, over de deugden en vooral de ondeugden van de vrouw. Ze spotten en lachten met de bedrogen mannen, de zogenaamde 'hoorndragers'. De nadruk van de lezing ligt op de Late-Middeleeuwen. De tijd tussen 1100 en 1500. De tijd van de opkomst van de Burgerij en de steden. In de Late-Middeleeuwen, ontstaan, onder invloed van het felle, bontgekleurde leven van die tijd, zeker in de Zuidelijke Nederlanden, Brabant, Vlaanderen etc. etc.de 'boerden' en de 'sproken', kortom de schelmenverhalen. De voordracht verhaalt over het zinnelijk genieten van alle rangen en standen, van boeren, burgers en buitenlui uit het zinderende tijdperk dat Middeleeuwen heet.

22 november 2012 De Dommel door Eindhoven
sprekers: Jan Vlemmix en Piet van den Heuvel

Samen met stadsarcheoloog Nico Arts zijn zij de auteurs van een recent verschenen boek over de Dommel door Eindhoven. In de lezing zal de nadruk komen te liggen op de betekenis van de Dommel als stadsrivier voor Eindhoven, maar ook zal het gehele stroomgebied van de Dommel uitvoerig worden behandeld. De lezing wordt gehouden aan de hand van zeer veel fotoâ??s, kaarten en tekeningen en zal veel zaken belichten die weinig bekend zijn.

seizoen 2011-2012

19 april 2012   Het mooi en lelijk van de Brabantse boerderij
spreker: Han Drijver

Gedurende de laatste 40 jaar zijn er in Brabant ontzettend veel boerderijen verbouwd. Slechts een gedeelte is echter goed verbouwd. In de lezing wordt gepoogd duidelijk te maken hoe fraai de boerderijen kunnen zijn, maar tevens wat er zoal mis kan gaan. Het mooie en het lelijke komen tegenover elkaar te staan. Na de lezing zal men met andere ogen naar boerderijen kijken. Ik probeer de mensen te leren kijken.
De indeling en de opbouw wordt onder de loupe genomen. Daarna natuurlijk de Brabantse boerderijen zelf. De diverse leuke details komen uiteraard ook aan de orde.


15 maart 2012   Geologie van Brabant
spreker: Jan Broertjes

Rond 2.5 miljoen jaar geleden begint het Kwartair, de vierde geologische periode. Het Kwartair is bekend vanwege de afkoeling van de aarde waarbij een aantal ijstijden optreden.
Nederland ligt aan de rand van de Noordzee, waarin diverse rivieren uitmonden. Deze rivieren, voor Zuid-Nederland waren dat vooral Rijn en Maas, brachten veel afbraakmateriaal uit het hoger gelegen achterland met zich mee. Zo ontstond een delta, het huidige Nederland. Tijdens de ijstijden was het zo koud dat veel neerslag als sneeuw op het land bleef liggen waardoor de zeespiegel daalde. Ook was tijdens zoâ??n ijstijd de bodem vrijwel permanent bevroren. Deze ijstijden werden afgewisseld door warmere tussenijstijden, vergelijkbaar met waar wij nu in leven. Daarnaast was de bodem ook in beweging door opheffing en daling waarbij breuken in de aardkorst zijn ontstaan, die zijn uitwerking had op het geologisch product. Vooral smeltwaterdalen tijdens de ijstijden en de aanvoer van materiaal door de wind hebben hun stempel gezet op ons huidige landschap. Vooral deze landschapsvormen, het reliëf en de beken, krijgen aandacht in de lezing.


16 februari 2012  De tijdgeest rond 1885 in Nuenen
spreker: Peter van Overbruggen (besloten)

In een (door mijn Nuenense achtergrond persoonlijk gekleurde) presentatie wil ik een aantal aspecten van het sociale leven in Nuenen rond 1880 belichten. 
Wat voor mensen wonen er in Nuenen: boeren, burgers, en...? Hoeveel makke schapen kunnen in een schoolhok? Wij willen een dokter!!
Cultuur en ontspanning mag, maar niet te veel! Wie zijn de (na)volgers van Vincent van Gogh in Nuenen? Hoe muzikaal en dichterlijk was Vincent?

19 januari 2012   Dialecten van noord-brabant   
spreker: Jos Swanenberg

De lezing vangt aan met enkele algemene verschillen en overeenkomsten tussen taal en dialect. Vervolgens wordt ingegaan op het Brabantse dialectlandschap. Brabantse dialecten zijn immers niet allemaal hetzelfde, in Nuenen en omgeving spreekt men heel anders dan in Tilburg, Budel of Boxmeer. Wat zijn het precies voor kenmerken die dialecten verschillend maken en waar komen die verschillen eigenlijk vandaan?
Al meer dan honderd jaar constateren onderzoekers dat onze dialecten met uitsterven worden bedreigd. Al die tijd al waarschuwt men voor dialectverlies en taalschaamte. Anderzijds is er nog nooit zoveel in het dialect geschreven en gezongen dan in de laatste decennia. In hoeverre is onze moedertaal in gevaar?


17 november 2011 11  Watermolens vroeger en nu
spreker: Piet-Hein van Halder

In Noord-Brabant stonden in het verleden 83 watergedreven molens. In 39 van de huidige 67 Noord-Brabantse gemeenten stonden een of meer watermolens.
Helaas zijn er slechts 10 over.
Het zijn vergeten monumenten.
De watermolens vormen een belangrijk onderdeel van ons cultureel en industrieel erfgoed.
Waar lagen ze? Welke functie hadden ze? Wanneer zijn ze gebouwd?
Wie waren de eigenaren en de mulders? Wanneer en waarom zijn ze verdwenen? 
Op deze en andere vragen geeft de inleider U het antwoord.
Hij laat U kennismaken met de pracht en praal en het wel en wee van de watermolens in onze provincie.

20 oktober 2011 Het historisch landschap    
spreker: Jan Timmers

Vanaf het moment dat er mensen verschenen hebben zij ingegrepen in het landschap en het steeds meer naar hun hand gezet. Er kwamen wegen en paden, er verschenen nederzettingen, er werden sloten gegraven, land werd ontgonnen en ingedeeld in percelen. De woeste gronden werden omgevormd tot heidegebied en in de beekdalen werden hooilanden in gebruik genomen. Allerlei â??kunstwerkenâ?? verschenen zoals voorden en bruggen, omheiningen, slagbomen en houtwallen. Door het ingrijpen van de mens ontstond in de loop der eeuwen ons cultuurlandschap. Vooral de agrarische bedrijfsvoering bepaalde de inrichting van het cultuurlandschap en dat geld tot op de dag van vandaag.
Welke landschapselementen zijn nog aanwezig? Welke sporen hebben verdwenen elementen achtergelaten?
Tijdens de lezing zal Jan Timmers ingaan op allerlei elementen van het cultuurlandschap en het ontstaan ervan. Onder meer oude akkers, bewoningspatronen, wegen en paden, grenzen in het landschap en de inrichting van beekdalen zullen de revue passeren.