Anton Schellens, fotograaf van het ongerepte Brabantse plattelandsleven

Deze lezing stond eerst gepland voor 19 maart maar moesten wij ivm het RIVM advies inz. het heersende coronavirus tot nader order laten uitstellen naar vooralsnog naar 14 mei a.s

In de komende Drijehornick-lezing staat de Geldropse textielfabrikant Anton Schellens (1887-1954) centraal. Hij was naast een gepassioneerde verzamelaar van moderne kunst, ook als fotograaf actief. Met zorg koos hij in Geldrop en omgeving taferelen van het pure, onbedorven en pittoreske plattelandsleven. Eenvoudige optrekjes waar keuterboeren, thuiswerkende ambachtslieden en oude mannen en vrouwen hun dagen sleten zoals generaties voor hen dat deden. De lezing wordt gegeven door Cor van der Heijden. Hij heeft de onbekende fotocollectie van Anton Schellens uitvoerig bestudeerd. Tijdens de lezing wordt zijn fotografische werk in zijn tijd en in kunsthistorische context geplaatst.

De woonkeuken of d’n herd, zoals Schellens er veel heeft gefotografeerd © Anton Schellens

In de lezing gaat Van der Heijden in op het ‘wie’, het ‘waarom’ en ‘het wat’ van de fotocollectie, die tussen 1910 en 1925 tot stand kwam. Hij begint met ‘het wie’. Hierbij krijgen drie families aandacht: behalve  Schellens zijn dat Eijcken (familie van moederskant) en Van Wijck (schoonfamilie). Daarna wordt stilgestaan bij ‘het waarom’.
In dit deel van de lezing staat de beeldende kunst centraal (met aandacht voor onder andere Schellens’ favoriete kunsthistorische stromingen, zijn rol als verzamelaar en zijn actieve betrokkenheid bij het culturele leven in Eindhoven).

Na de pauze komt ‘het wat’ aan de beurt: een duiding van het fotografische werk van Anton Schellens. Van der Heijden zal daarbij aantonen dat Schellens bewust op zoek was naar relicten van een Brabant dat al minstens een halve eeuw tot het verleden behoorde.

__________________________________________

Cor van der Heijden (Hulsel, 1957) is historicus. Hij was in 2010 de vierde, en tot nu toe laatste, laureaat aan wie de Historische Prijs Noord-Brabant werd toegekend. In het juryrapport werd Van der Heijden er uitvoerig om geprezen dat hij zich verre hield van een gemakkelijke nostalgische terugblik op de wereld van onze grootouders en overgrootouders, maar dat hij in zijn wetenschappelijke werk keer op keer de grauwe werkelijkheid achter idyllische plaatjes blootlegde.
Cor van der Heijden promoveerde in 1995 op een onderzoek naar de omvang en oorzaken van de zuigelingen en kindersterfte in Tilburg in de negentiende en begin twintigste eeuw; is vanaf 1982 werkzaam als docent in het voortgezet onderwijs in Tilburg; is publicist en schrijft voor tal van bladen (onder andere voor NRC Handelsblad en G/Geschiedenis); schreef een honderdtal artikelen en boeken over diverse aspecten van de geschiedenis van Noord-Brabant, met een nadruk op sociaaleconomische en sociaal-culturele thema’s uit de negentiende en twintigste eeuw (de belangrijkste zijn: Het heeft niet willen groeien, Kleurloos, reukloos en smaakloos drinkwater, Schrandere boeren en schriele bestuurders, Kempische boeren en Vlaamse vissers (samen met Gerard Rooijakkers) en Rampen en plagen in Nederland); werkt vanaf 1995 als auteur en eindredacteur mee aan diverse geschiedenismethoden voor het voortgezet onderwijs (o.a. Pharos, Sfinx en Feniks); werkte als auteur en redacteur mee aan de serie Ach Lieve Tijd Tilburg; werkte als redacteur en auteur mee aan het seriewerk Geschiedenis van het Boerenleven in Nederland (Zwolle, 2006-2008) en aan Het alledaagse leven. Tradities en trends in Nederland (Zwolle, 2008- 2010); was van 1983 tot 2009 lid van de redactie van het tijdschrift Brabants Heem; ontving in januari 2011 de Historische Prijs Noord-Brabant.
__________________________________________