Locatie:
Brede school De Dassenburcht
Jacob Catsstraat 1-3
5671 VP Nuenen
De toegang is gratis voor leden en niet leden
Aanvang 20:00 uur

NB voor aangepaste locatie of aanvang: Zie de uitnodiging

 

17 oltober 2019

De bevrijding van Nuenen/ De tankslag tussen Son Nuenen en Nederwetten

door: Jack Didden

Jack Didden studeerde Engelse taal
en Letterkunde aan de Universiteit Nijmegen en werd vervolgens leraar aan het
Dr. Mollercollege in Waalwijk. Hij is gepromoveerd op een onderzoek naar de
Kampfgruppe Chill van de Duitsers die ook in onze streek actief was.
Hij is van jongs af aan geïnteresseerd in de 2e WO maar ontdekte pas later hoeveel
er niet bekend en dus niet beschreven is over deze oorlog.
Hij publiceerde meerdere boeken over geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in
Brabant. Zijn eerste boek dat in 1979 uitgegeven werd ging over de oorlog in Brabant
en gaf hij de titel: “Einddoel Maas”. Een boek dat iedereen, die iets meer van de
Oorlog in Brabant wil weten, moet lezen. Meerder boeken volgden en zijn laatste
boek, dat net uit, is heet: “Nieuwe bevindingen rond de bevrijding van Noord
Brabant”.

De bevrijding van Nuenen/

De tankslag tussen Son Nuenen en Nederwetten

Jack is een veel gevraagde spreker over de oorlog, zeker in deze tijd van het herdenken van de 75e verjaardag. Voor de pauze geeft hij nieuwe inzichten in de bevrijding van Noord-Brabant, waarbij met name de beslissende rol van een geïmproviseerde Duitse strijdgroep, de Kampfgruppe Chill, aan bod zal komen. De Kampfruppe die vooral in ZO Brabant actief was. Na de pauze behandelt hij Market Garden en specifiek de oorlogshandelingen hier in onze streek. Ook hier komen nieuwe inzichten aan bod over het waarom deze operatie mislukte. Niet onbelangrijk hierbij: uitgerekend in de driehoek Son-Nuenen-Eindhoven vond de enige ‘tankslag’ op Nederlands grondgebied plaats.

2 mei 2019

Over etser Johannes Proost en Nederwetten

door: Peter Thoben
Kunst- en cultuurhistoricus Peter Thoben, voormalig directeur-conservator van Museum Kempenland Eindhoven, geeft een lezing over de ‘vergeten’ kunstenaar Johannes Proost, die van 1906 tot 1911 op de Bloemhoeve in Nederwetten heeft gewoond en gewerkt.
Peter Thoben is vrijwillig conservator van het Andreas Schotel Museum in Esbeek dat werk van Johannes Proost in bezit heeft.
Van half april tot half juni worden portretten en (Brabantse) etsen uit de Nederwettense periode van Johannes Proost geëxposeerd in het Heemhuis van heemkundekring De Drijehornick uit de collectie van het Andreas Schotel Museum.

Over etser Johannes Proost en Nederwetten

Domineeszoon Johannes Proost (Geervliet 1882) moet artistieke capaciteiten gehad hebben, want na de Rijks H.B.S. in Zaandam en militaire dienst gaat hij in 1904 studeren aan de Rotterdamse Academie. Vanaf 1905 verblijft hij in Brabant, eerst in Uden waar ook Piet Mondriaan rust heeft gezocht. Na zijn huwelijk met Charlotte Sjouerman vestigt hij zich in Bladel conform de toenmalige mode onder kunstenaars om “diep in het boerenland” te zitten. Al na vier maanden vertrekken ze in maart 1906 naar Nederwetten, waar ze woonruimte huren in de Bloemhoeve en waar zijn eerste etsen tot stand komen. In 1913 gaat Johannes Proost studeren aan de Antwerpse academie.


korenschoof Nederwetten, 1908

Binnen de Sociaal-Democratische Partij (SDP) en later de Communistische Partij, is Proost zeer actief. In dienst en in opdracht van de partij voert hij onder het pseudoniem Jan Jansen koeriersdiensten uit en onderhoudt met revolutionaire arbeidersbewegingen in Duitsland contacten.
Hij woont in Moskou als Nederlands partij-afgevaardigde bij de Communistische Internationale. Na terugkeer in 1923 in Rotterdam gaat hij weer etsen en trekt met graficus Andreas Schotel op, die zijn etsen afdrukt. Met de zeventiende-eeuwse etsen van Hercules Seghers als voorbeeld ontwikkelen ze samen de ‘schone’ druktechniek. Daarnaast blijft communist Proost alias Jansen ‘onopvallend’, onzichtbaar voor de buitenwereld, politiek actief en zou betrokken zijn bij een reactionaire communistische groepering met scheepssabotages, zodat hij op de lijst van staatsgevaarlijke personen voorkomt. Kort voor de Duitse inval wordt Proost preventief opgepakt en komt uiteindelijk in het Duitse concentratiekamp Sachsenhausen terecht, alwaar hij in 1942 aan een longontsteking overleden zou zijn. Al zijn bezittingen inclusief tekeningen, etsen en etsplaten gaan bij het bombardement op Rotterdam in 1940 verloren. Door toedoen van zijn vriend Andreas Schotel, die het ‘volledig’ etswerk van Proost aan het museum Boymans schenkt, komt in 1947 een herdenkingstentoonstelling met publicatie tot stand. Het kunstenaarschap van communist Johannes Proost lijkt tevens als dekmantel gefungeerd te hebben voor zijn conspiratieve en spionage- activiteiten.


Bloemhoeve Nederwetten, 1910

Een intrigerende kunstenaar met een ongewoon levensverhaal dat nog vele onbeantwoorde vragen heeft. In de lezing zal niet alleen het Brabantse (Nederwettense) werk van Johannes Proost aan bod komen, maar het levensverhaal voor zover dat te achterhalen valt in de context van zijn tijd geplaatst worden.

21 maart 2019

‘Duuk’ van Hardenbroek, een bijzondere Nuenenaar

door: Lambert Vermeulen

Lambert Vermeulen heeft als directeur van de familievennootschap Van Hardenbroek, als secretaris van de stichting GGD Baron van Hardenbroek van de Kleine Lindt en als executeur testamentair van Duco een andere kijk gekregen op het leven van deze toch wel bijzondere man en wil graag anderen daar ook over vertellen.

 

‘Duuk’ van Hardenbroek, een bijzondere Nuenenaar

 Gualtherus Gijsbert Duco Baron van Hardenbroek van de Kleine Lindt is in Nuenen beter bekend als ‘Den Duuk’ of ‘Duuk van Hardenbroek’. De in 1999 overleden Baron heeft een kleine 70 jaar van zijn leven in Nuenen gewoond. Daar was hij vooral bekend door zijn wat bijzondere optreden in het publieke terrein. Er blijkt echter meer schuil te gaan achter deze man. Zowel zijn afkomst, persoonlijke eigenschappen en gebeurtenissen gedurende zijn leven hebben hem gevormd tot de persoon die hij was, maar die op die wijze juist onbekend is gebleven binnen de Nuenense gemeenschap.

    

Duco Baron van Hardenbroek van de Kleine Lindt

Het verhaal van de draagmoeder is in de media breed uitgemeten, maar de achtergronden hiervan zijn vaak onbekend. Een stichting die hij in het leven heeft geroepen om met zijn nalatenschap zekere doelen te verwezenlijken en te ondersteunen is een voorbeeld van de zaken waarover hij serieus en diepgaand had nagedacht.

‘Semper idem’ (altijd dezelfde) familiewapen Van Hardenbroek van de Kleine Lindt

17 januari 2019

Wonderen in het zonlicht

door: Hans van den Broek

Hans van den Broek [1949], arts uit Deurne, geeft al jaren lezingen over de geschiedenis van de geneeskunde. In ‘Wonderen in het Zonlicht’ worden door hem de raakvlakken tussen de geneeskunde en de vele wonderen uit de periode 1300 tot 1750 beschreven. Hij vond in ruim 3000 wonderen, ofwel mirakels, uit ondermeer Aarle-Rixtel, Stiphout, Handel, Ommel, Kevelaer en Scherpenheuvel, boeiende informatie over de geneeskunde uit die tijd. In deze mirakelverhalen bleken medische
wetenswaardigheden en eigenaardigheden verborgen. Zo rolden door vergelijking van met elkaar overeenkomende wonderen onverwacht vele fraaie medische vondsten uit die gegevens. Deze worden met relativerende humor voor het voetlicht gebracht.

 

Wonderen in het zonlicht

In ‘Wonderen in het zonlicht’ hoort u over genezingen van krankzinnigen die door de duivel bezeten zijn en waarbij de duivel al dan niet succesvol uitgedreven wordt. Of u hoort hoe meer dan honderd kinderen die vanaf de geboorte lam zijn toch weer gaan lopen. Maak mee dat mensen hun ontwrichtte heup zelf in de kom zetten. Zie dat bij kleine jongetjes grote liesbreuken weer in de buik terugglijden. Bekijk wat een moeder bij een kind met koortsstuipen deed. Leef mee met de eerste patiënten met syfilis in Nederland. En vooral realiseer U hoeveel honger en vooral vitaminegebrek er steeds weer geleden werd.
De wonderverhalen blijken een ware goudmijn voor de verklaring van voor ons aanvankelijk onduidelijke medische verschijnselen. Daarnaast krijgt U een goede indruk van de gang van zaken rond een bedevaart en de vele ingrijpende beloftes die onze doodzieke voorouders in hun bodemloze wanhoop aan de aanbeden heiligen deden. Die beloftes varieerden van het doen van bedevaarten met als enig voedsel water en brood tot het schenken van kostbare afgietsels van genezen lichaamsdelen in zilver of kaarsenwas. Tussen alle wonderen door komen onverwachte juweeltjes aan vergeten kennis boven water zoals over het belang van eieren, het vernoemen van kinderen naar een Heilige en het verschijnsel wisselkind.

15 november 2018

GESLOOPTE BOERDERIJEN EN VERDWENEN WEGEN OP ECKART

door: Jos Hüsken

Jos Hüsken en zijn zoon Bauke zijn onder meer de auteurs van het boek ‘Boerderijen uitgegumd, een nieuw stadsdeel ingetekend’.

 

GESLOOPTE BOERDERIJEN EN VERDWENEN WEGEN OP ECKART

Het eiland Eckart, tussen Dommel en Dooigraaf, was aanvankelijk een aparte heerlijkheid met een eigen bestuur en rechtbank. Elf jaar lang vormde Eckart samen met Nederwetten één gemeente. De oude bebouwing, voornamelijk boerderijen, en ook de oude wegenstructuur, zijn in de 60-jaren van de vorige eeuw geheel verdwenen. Zelfs de naam Eckart voor dit gebied is verdwenen. De nieuwe wijken kregen de namen Oude Gracht-Oost en De Luytelaer. Onlangs heeft heemkundekring De Drijehornick een Terugbeeldzuil geplaatst met informatie over Eckart. Omdat herberg Eeckaerde uit de 18e eeuw het enige nog bestaande niet-gesloopte pand van het oude Eckart is, is die locatie gekozen om daar het informatiepaneel te plaatsen.
Over de gesloopte boerderijen en de verdwenen wegenstructuur van Eckart vertelt Jos Hüsken in de Drijehornicklezing.

18 oktober 2018

DE ONTWIKKELING VAN HET MIDDELEEUWSE KASTEEL IN NOORD‑BRABANT

door: Drs. Bas Aarts

Hij werd geboren in Hilvarenbeek in 1947 . Hij studeerde geschiedenis aan de Katholieke Leergangen in Tilburg en vervolgens aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Hij was als docent geschiedenis een werkzaam leven lang verbonden aan het Bisschop Bekkerscollege te Eindhoven. Hij publiceerde in diverse bladen en boeken over regionaal‑ historische en castellologische onderwerpen. Hij is voorzitter van de Vereniging ‘Vrienden van Brabantse Kastelen’, redacteur van ‘Het Brabants Kasteel’, gastonderzoeker aan de Universiteit Leiden en momenteel bezig met dissertatieonderzoek naar de motte‑burchten in het hertogdom Brabant.

 

 

DE ONTWIKKELING VAN HET MIDDELEEUWSE KASTEEL IN NOORD‑BRABANT

De ontwikkeling in de kasteelbouw in het tegenwoordige Noord‑Brabant week niet echt af van die in de omringende gebieden. De kasteelhistorie start in de 11de eeuw met het wijdverbreide type van de motte‑burcht; de kunstmatige heuvelburcht. De meeste adellijke grootgrondbezitters, in wat toen nog Texandrië heette, kunnen langs archeologische of historisch‑archivalische weg gekoppeld worden aan een dergelijke, landschappelijk overheersende, constructie (Oisterwijk, Oirschot, Eindhoven, Heeswijk, Vught).In de loop van de 12de en 13de eeuw zullen deze heren hun relatief zelfstandige positie kwijtraken ten gunste van de hertog van Brabant bij diens opmars naar het noorden. Dit integratieproces van Texandrië naar Noord‑Brabant zal zijn beslag krijgen door middel van diverse ‘stadsstichtingen’ (Oisterwijk, Eindhoven, Sint-Oedenrode, Helmond), waarbij verschillende van deze oudere burchten een pre‑stedelijk element vormden. De ontwikkeling van het middeleeuws kasteel zette ondertussen door met de aanleg van ronde waterburchten (zonder kunstmatige heuvel), waarvan we in Wouw e en bijzonder exemplaar hebben gehad.
De algemeen Europese stap naar vierkante waterburchten (13de eeuw) kreeg in onze regio een wat verlate navolging. Er zijn omstreeks 1400 diverse voorbeelden aan te wijzen van uitvoerige bouwactiviteiten, waarbij bestaande kastelen gemoderniseerd werden (Heeswijk) of, met vierkant grondplan, nieuw gebouwd werden volgens snel ontwikkelende inzichten (Helmond, Gemert, stadskasteel Eindhoven, Asten). Parallel hieraan bleef de meer eenvoudige woontoren (Loon op Zand, Onsenoort, Deurne, Geldrop) zeer in trek als verblijfplaats voor met name de lage adel. De verdere ontwikkeling van het geschut zou echter in de loop van de 16de eeuw er voor zorgen dat het kasteel, van welk type dan ook, niet meer aan zijn beschermfunctie kon voldoen. Slechts de status benadrukkende woonfunctie resteerde, of het verval. Wel is er nog een groot aantal adellijke “omgrachte huizingen” of ‘slotjes’ (zonder echte verdedigingswaarde) bewaardgebleven.

De lezing zal vóór de pauze een beeld schetsen van de algemene ontwikkeling van de kastelenbouw in de Middeleeuwen. Na de pauze zal de nadruk liggen op de kastelen in de eigen regio rond Eindhoven en Helmond.

19 april 2018

BISSCHOP BEKKERS, LEVEN EN WERK

door Wim van Kreij

Hij is lid van de heemkundekring Oude Vrijheid, St-Oedenrode. Hij studeerde geschiedenis aan de Katholieke Leergangen in Tilburg en vervolgens aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen. Hij was als docent geschiedenis een werkzaam leven lang verbonden aan het Bisschop Bekkerscollege te Eindhoven. Hij publiceerde in diverse bladen en boeken over regionaal‑ historische en castellologische onderwerpen. Hij is voorzitter van de Vereniging ‘Vrienden van Brabantse Kastelen’, redacteur van ‘Het Brabants Kasteel’, gastonderzoeker aan de Universiteit Leiden en momenteel bezig met dissertatieonderzoek naar de motte‑burchten in het hertogdom Brabant.

 

 

BISSCHOP BEKKERS, LEVEN EN WERK

52 Jaar na zijn overlijden wordt deze bijzonder geliefde Bisschop door velen nog steeds op handen gedragen. Deze aimabele man, met zijn warme en innemende uitstraling is  iemand, die van zeer grote betekenis is geweest voor de R.K. Kerk in Nederland en ver daarbuiten.
Niet alleen voor de katholieke kerk was hij een belangrijk persoon, hij was samen met Dominee Van den Akker ook de grondlegger van de oecumenische gedachte.
Op 9 mei 1966, is Bisschop Bekkers overleden en op 14 mei in Sint-Oedenrode begraven. Zijn overlijden veroorzaakte in 1966 een emotionele shock in geheel Nederland. De KRO zond de gehele uitvaartdienst in de  Sint-Jan, de tocht naar zijn geboorteplaats Sint-Oedenrode, alsmede de begrafenis volledig uit. Deze zo populaire Bisschop is bij velen nog lang niet vergeten

15 maart 2018

BURGEMEESTER JHR. MR. VAN RIJCKEVORSEL

door Louis Bressers,

Louis Bressers is geboren in Nuenen. Hiij studeerde MO-A en -B Nederlands en doceerde aan het Strabrecht College in Geldrop. Hij publiceerde in 2005 Beekstraat-Nuenen en verschillende artikelen in De Drijehornick. Louis houdt zich nu bezig met genealogie en lokale geschiedenis.

 

 

BURGEMEESTER JHR. MR. VAN RIJCKEVORSEL

Op 16 maart zal Jhr. mr C.Th.J. van Rijckevorsel tijdens een speciale bijeenkomst in de raadszaal postuum benoemd worden tot ereburger van Nuenen.
Louis Bressers zal een voordracht houden ter gelegeheid  van deze gebeurtenis.

Jhr. Van Rijckevorsel was burgemeester van Nuenen van 1931 tot 1954. Met name tijdens de oorlog moest hij de juiste weg weten te vinden als getrouw bestuurder, die evenwel zijn opdrachten kreeg van een misdadig bezettersregime. Daarbij werd hij bijgestaan door de weinige mensen in het gemeentebestuur die nog overgebleven waren, maar steeds op de huid gezeten door de bezetters die over zijn schouder meekeken. Toen hij uiteindelijk weigerde de Duitse opdrachten uit te voeren, moest hij onderduiken.
Louis zal vertellen over zijn hele periode als burgemeester, maar de nadruk zal daarbij op de oorlogsjaren liggen.

15 februari 2018

COLLECTIE DE KRUIJFF

door

Louis Bressers en Herman Bulle.

 

 

COLLECTIE DE KRUIJFF

Louis Bressers en Herman Bulle presenteren een samenvatting van de Collectie De Kruijff, die we in juni 2018 hebben ontvangen. De collectie bestaat uit een album, en glasplaten en een memoriaal, dat geschreven is door Jan de Kruijff, geboren 1887 als zoon van de linnenfabrikant, die het weefhuis heeft gebouwd. Jan kreeg in de 90er jaren van de 19e eeuw een (platen) camera en heeft hiermee een kleine 300 foto’s nagelaten uit de periode 1890-1918, eerst uit Nuenen. Daarna verbleef hij een paar jaar in Indië en bij de dreiging van de eerste wereldoorlog werd hij beroepsmilitair in West-Brabant, waar hij een groot aantal foto’s maakte. Bij deze foto’s heeft hij een omvangrijk memoriaal geschreven.Louis heeft iets verteld over de verwevenheid van de protesstantse groep fabrikanten in Nuenen in die tijd en Herman heeft een aantal foto’s laten zien met citaten uit het memoriaal

18 januari 2018

KASTEEL GELDROP,  heden en verleden

door Bart Klomp & Eugene Franken

Bart Klomp (1965) is sinds 2002 beheerder en directeur van Stichting Kasteel Geldrop. In 1992 rondde hij de studie Personeelwetenschappen af in Tilburg. Als lid en mede-oprichter van Stichting PIP publiceerde hij samen met Kampers en Baijens de prozabundel `Dit is het Leven’ in dat zelfde jaar.
Als geboren en getogen Geldroppenaar is hij sinds 2002 beheerder van Kasteel Geldrop; een functie waarin hij veel verhalen hoorde en waardevolle gegevens ontving van bezoekers. Deze informatie deelt hij graag in het nieuwe boek `Kasteel Geldrop’.

Eugene Franken is secretaris van de stichting Kasteel Geldrop

 

 

KASTEEL GELDROP,  heden en verleden

Vanavond zullen diverse verhalen over voormalige bewoners, bezoekers en eigenaren de revu passeren. Uit brieven en nog niet eerder vertaalde dagboeken blijken interessante verbindingen tussen Kasteel Geldrop en roemruchte politici, kunstenaars en leden van de koninklijke familie. Zo komt u Rubens tegen in de beschrijving van het dagelijks leven van de gevluchte bisschop Ophovius, die in Kasteel Geldrop zijn zetel had na de inname van Den Bosch door stedendwinger Frederik Hendrik van Oranje. Ook over de markante bewoner Hubertus Paulus Hoevenaar is veel te vertellen. Als verarmd lid van een voorname familie maakte hij een avontuurlijke tocht naar de Oost. Met zijn technische kennis, zakelijk instinct en het lucratieve contract van koning Willem I op zak, maakte hij snel carrière en vergaarde hij zijn vermogen. Van hem heeft het kasteel zijn huidige vorm gekregen. Later trouwde dochter Arnaudina Hoevenaar met de burgemeester van Voorburg Henri van Tuyll van Serooskerken en hun nazaten bleven tot 1974 op Geldrop wonen. Van de laatste bewoners, personeelsleden en gasten zijn vele interviews afgenomen en verwerkt tot een beeldend verhaal over het leven op een voornaam huis: Kasteel Geldrop.